Is Ameland in slaap gesukkeld?

Vol verwachting las ik vorige week het persbericht van het Waddenfonds, zouden er weer projecten van Ameland bij zitten. Nee dus, weer geen Amelander projecten. Deze keer zijn tien projecten goedgekeurd. Een klein lichtpuntje, het eendenkooienproject is waddenbreed en daar zullen de Amelander eendenkooien wel aan mee doen, hoop ik.

Vijf van de tien projecten komen van Texel, de andere eilanden zijn niet in beeld. Bevoordeelt het Waddenfonds dan Texel of is er iets anders aan de hand? Het antwoord is simpel: als je geen projecten indient dan krijg je ook financiering. Hebben we op Ameland geen ambitie, is het enige wat we nodig hebben een zonnepark? Ik dacht het niet, kijk alleen maar eens naar alle projecten in het toeristisch programma Friese Wadden of naar de Nuon projecten.

Kijkend naar de projecten van Texel kan ik de gedachte niet ontlopen, dat hadden ook Amelandse projecten kunnen zijn, wat te denken van een:

  • Een project om het gebruik van eilander kraanwater in de horeca te stimuleren in plaats van gebotteld bronwater
  • Een MTB route van 100 km op Texel, Amelander MTB-ers weten dat het bij ons veel mooier MTB-en is. Maar wij praten nog steeds over een route.
  • Een proeftuin voor een lokaal economisch model, het gaat hier om de teelt van cranberries op grond van Staatsbosbeheer.
  • Een wandelroute met als thema visserij, met informatiepanelen en folders.
  • Zilte teelt, het verbouwen van zouttolerante aardappels, eerlijk is eerlijk dit project had bij ons niet gekund.

Conclusie: Texel krijgt vier projecten gefinancierd die ook zo op Ameland, misschien zelfs wel beter, hadden gekund.  Waarom geen projecten van Ameland? Een paar mogelijke verklaringen:

  1. Het gaat goed genoeg, we hebben geen behoefte aan versterking van economie en natuur?
  2. Amelanders weten niet hoe ze projecten bij het waddenfonds kunnen indienen?
  3. We missen de capaciteit (kwaliteit en of kwantiteit) op het eiland om goede projecten te formuleren?
  4. Er is een gebrek aan ideeën voor nieuwe projecten op het eiland?
  5. We zijn te druk met het naar elkaar kijken in plaats van met elkaar samen te werken?
  6. We kijken te veel naar externe partijen en de gemeente om met projecten te komen in plaats van zelf als eilanders projecten te bedenken?

Wie het weet mag het zeggen, maar ik ben onaangenaam verrast. Alle respect voor Texel, die hebben het goed voor elkaar. Willen wij als Ameland bij de volgende ronde de schade inhalen?

Voor wie meer wil weten, de lijst met goedgekeurde projecten van deze periode is te vinden op http://goo.gl/Ju0zAR  en op http://goo.gl/YmkQ4F staat het jaarverslag van het waddenfonds, ook erg verhelderend. Alleen de stichting Amelander musea en de gemeente hebben tot nu toe succesvol projecten ingediend bij het waddenfonds.

Ameland en Valkenburg

Ameland en Valkenburg, Al heel lang twee grote spelers op de Nederlandse toeristische markt, beide aan de rand van Nederland. Wat kunnen ze van elkaar leren?

In september 2013 bracht ik met leden van TRAM  (Toeristisch Recreatieve Aanjagers en Managers, http://goo.gl/VDt8Qy ) een bezoek aan het Heuvelland en Valkenburg. We spraken verschillende ondernemers en bezochten toeristische attracties. Dit artikel geeft een kort overzicht van enkele opvallende zaken in relatie tot Ameland.

Valkenburg is wellicht de oudste toeristische bestemming van Nederland. Het gehele dorp ademt toerisme. Maar het product is verouderd. Ongelofelijk veel kleine hotels en restaurants. Er zijn verschillende lege hotels, ook op A-locaties! Ook de menu’s lijken op de massamarkt afgestemd te zijn, goedkope pizza’s en schnitzels voeren de boventoon. Prijzen zijn lager dan op Ameland, over het kwaliteitsverschil kan ik weinig zeggen. Veel bedrijven zijn familiebedrijven waarin weinig wordt geïnvesteerd. Jarenlang gold in Valkenburg, net als op Ameland, ze komen toch wel. Prijsstelling en investeringen in product, promotie en marketing waren minder noodzakelijk. Nieuwe accommodaties werden probleemloos gevuld en zorgde tegelijkertijd voor een kwaliteitsimpuls. Die tijd is al een tijdje voorbij. De gemeente Valkenburg heeft een grote uitdaging als ze met het huidige product meer kwaliteitstoerisme wil binnenhalen.

De afgelopen jaren is er een inhaalslag gemaakt in de openbare ruimte, de inrichting van de verblijfsgebieden is verbeterd en de terrassen hebben een kwaliteitsslag gemaakt, dit proces gaat nog steeds door. Financiering komt van de gemeente (ook met Europees geld) en de ondernemers. Het geld van de ondernemers wordt geïnd door precariobelasting en een stijging van de toeristenbelasting. Net als op Ameland gaat ook hier de discussie over het laten mee betalen van degene die (in)direct profiteren van het Toerisme.  Hoe betalen de supermarkt, de boekhouder en de aannemer mee? De toeristenbelasting is € 1,25 en wordt binnenkort weer verhoogd. De campingsector is van mening dat de stijging van de toeristenbelasting hun product onevenredig duur maakt, inderdaad, het kan oplopen tot 20% van de prijs die een toerist betaald. Op Ameland hebben we een vergelijkbaar probleem met onder andere de groepsverblijven maar ook de campings. Differentiatie van tarieven lijkt in Valkenburg niet haalbaar omdat de horecavereniging daar tegen is, maar echte alternatieven zijn er niet behalve misschien een selectieve ophoging van de OZB voor bedrijven. Een vorm van financiering waarbij ondernemers zeggenschap hebben over de bestedingen is een voorwaarde voor toekomstige financieringen. Hoe willen wij op Ameland straks nieuwe projecten financieren?

Valkenburg trok vroeger grote jeugdgroepen aan, concurrentie uit het buitenland betekent een eind aan deze doelgroep. Valkenburg heeft zelfs geen enkele disco meer! Dit kan een probleem worden voor de toekomstige aanwas, men kent Valkenburg niet meer. Ameland heeft een zelfde probleem, vooral met het teruglopen van de bezetting van de groepsverblijven.

De gemeente Valkenburg investeert net als Ameland veel in de promotie. Ze doet dit onder andere door belangrijke evenementen naar de stad te halen zoals de Amstel gold race, het WK wielrennen, de Tour de France en Red Bull Crashed Ice. Naast kennismaking met Valkenburg hebben ze een belangrijke rol bij de imagovorming. Ook hier is de vergelijking met Ameland duidelijk, denk aan de vele sportevenementen, Het grote versschil is dat wij ons vooral richten op deelnemers, bij Valkenburg zijn toeschouwers ook van groot belang. Zijn aansprekende publieksevenementen op Ameland ook een kans om het jongere publiek kennis te laten maken met Ameland?

Dit jaar was er op Ameland veel ophef over een onderzoek waaruit zou blijken dat Amelanders genoeg hebben van het toerisme. Dat bleek niet te kloppen. Ook het Heuvelland en Valkenburg hebben te maken met “overlast” van het toerisme, met name de wielertoeristen en motorrijders worden niet altijd gewaardeerd. Voor hen is een bijkomend probleem dat het percentage van de mensen in het heuvelland dat afhankelijk is van het toerisme lager is dan op Ameland. De tolerantie neemt daarmee ook af.

Over het geheel neemt het aantal kampeerders af. In het Heuvelland neemt het aantal campings echter toe, met name het aantal de kleine boerencampings  groeit nog steeds. Er is op deze makt duidelijk sprake van verdringing, degene die niet investeren blijven zitten met de markt voor buitenlandse arbeiders. Dit speelt op Ameland niet. Ook in de hotel- en bungalow sector is sprake van verdringing, ook op Ameland. De conclusie was dan ook dat we in Nederland te maken hebben met overcapaciteit in de toeristische sector. Toch wordt er nog steeds bijgebouwd. Is dat een goede zaak of moeten we een stop zetten op nieuwe ontwikkelingen? Nieuwe capaciteit leidt vooral tot een lagere bezetting buiten het hoogseizoen en verlaagt daarmee aan de winstgevendheid. Verdringing heeft wel tot gevolg dat de noodzakelijke  kwaliteitsverbetering optreed. Nadeel is dat er steeds meer van de beschikbare ruimte bebouwd wordt. Zonder sanering van de marginale bedrijven is dit geen goede ontwikkeling.

Opvallend was ook dat in Valkenburg campers duidelijk als een groeimarkt werd gezien, zeker de komende jaren. Deze groep is op Ameland marginaal vanwege de bootkosten, ook hebben campings nog nauwelijks echte camperplaatsen. Laten we deze markt voorbijgaan of pakken we het samen op?

In Valkenburg bezochten we een aantal toeristische attracties. AfbeeldingDe kasteelruïne viel tegen, anno 2013 moesten we het doen met wat borden met een uitleg in Nederlands en Engels. Leuk om naar toe te gaan maar er wordt ook nog entree voor gevraagd. De fluwelengrot is één van de vele grotten die toegankelijk is.  De rondleiding was leuk en zeker een must voor bezoekers. Voor Ameland is het te vergelijken met een wadexcursie. Al heel lang heeft Valkenburg een kabelbaan, de ondernemer gaf ons een mooi inzicht in hoe hij samen met zijn broer het bedrijf runt. Diversificatie van hun dagattracties zorgt ervoor dat inmiddels de derde generatie het bedrijf runt. De lasergame en rodelbaan zorgen ervoor dat de jeugd ook wat te doen heeft in valkenburg. Ik vraag me wederom af waarom er op Ameland nog steeds geen rodelbaan is!

Na het bezoek aan Valkenburg vraag ik me af waarom het Valkenburg wel lukt om Engelse toeristen te trekken en Ameland nog niet? Wat is er voor nodig om deze groep aan te trekken?

De conclusie na het bezoek aan Valkenburg is dat wij op Ameland samen met de sector moeten gaan nadenken over hoe we in de toekomst de opwaardering van de toeristische infrastructuur kunnen financieren. Stilstand is achteruitgang gaat hier echt op. Daarnaast moeten we nog eens goed nadenken over onze doelgroepen, hoe zorgen we ervoor dat nieuwe generaties kennis blijven maken met Ameland?  Gaan we gezamenlijk de campermarkt op? En is het de moeite om de Engelse markt te bewerken? Een andere strategische vraag is hoe vindt Ameland zich opnieuw uit zonder dat dit ten koste gaat van ons belangrijkste product, de kwaliteit van de dorpen, natuur- en buitengebied? 

De meerwaarde van een toeristisch netwerk

Ik kreeg de vraag om eens aan te geven wat de meerwaarde, voor mij en voor mijn werkgever, is dat ik (actief) lid ben van TRAM (Toeristische en Recreatieve Aanjagers en Managers). Die uitdaging ga ik graag aan. Al schrijvend dacht ik, dit kan mooi op mijn blog, de boodschap staat in de laatste alinea.

TRAM is een netwerk van mensen actief in de recreatie en toerisme sector in Vlaanderen en Nederland. Vier keer per jaar organiseert één van de leden een bijeenkomst over een actueel thema. Deze bijeenkomsten beginnen meestal met een voorstel rondje langs de aanwezigen waarbij een ieder zijn belangrijkste project van dit moment kort toelicht. Dit voorstel rondje loopt wel eens uit de hand doordat sommige projecten zó interessant zijn dat er hele discussies over ontstaan. Na deze ronde gaan we aan de slag met een thema, vaak zijn er gastsprekers. Ook bezoeken we vaak een recreatiebedrijf. Discussies met de ondernemers zijn vaak erg leuk, diepgaand en scherp. Je ontvangt TRAM niet om alleen maar positieve feedback te krijgen. Ondernemers ervaren het bezoek van TRAM geregeld als leerzaam.

Jaarlijks hebben we twee reguliere bijeenkomsten, één tweedaagse en één namiddag bijeenkomst.  Bij de laatste nodigen we een prominente spreker uit, het is een laagdrempelige bijeenkomst. In 2011 werd het Europees Toerisme beleid toegelicht met nadruk op de komende subsidieprogramma´s. In 2012 waren we te gast op het mediapark in Hilversum waar we ingewijd werden in de wereld van serious games. Tijdens de andere bijeenkomsten de afgelopen tijd hebben we onder andere de volgende thema´s behandeld:

  • De toekomst van Destination managment, de VVV van de toekomst?
  • Ervaringen en kansen voor een Werelderfgoed
  • Stimuleren van startende bedrijven
  • Keurmerken voor duurzaamheid in toerisme
  • Quickscan Opleidingsprofiel voor sport, leisure and management (HBO)
  • Quickscan kansen Floriade in de regio eindhoven
  • Streekproducten
  • Mobiele media (layer)

Een keer in de drie jaar gaan de leden van TRAM op studiereis naar het buitenland, de andere jaren sparen we daarvoor. In 2011 zijn we naar Zurich geweest. Ondanks de crisis booming. We hebben daar onder andere het Kuoni Future lab mogen bezoeken waar Remo Masala ons liet zien waar hij allemaal mee bezig is, het reisbureau van de toekomst. Maar ook Zurich toerisme waar ondernemers zelf de verantwoordelijkheid nemen voor de promotie van de stad door een vrijwillige (en aanzienlijke) toeristenbelasting. Dat was een bezoek dat je perspectief weer eens helemaal op de kop zette.

TRAM heeft ongeveer 50 leden bestaande waaronder: onderzoekers, opleiders, beleidsmedewerkers, ondernemers, destinatie marketeers, VVV directeuren en productontwikkelaars.

Waar zit de meerwaarde in? De meerwaarde is groot:

  • Een uitgebreid en divers netwerk in Nederland en Vlaanderen;
  • Op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen
  • Bezoeken aan bedrijven die voorop lopen in ontwikkeling
  • Diepgaande kennis van de gekozen onderwerpen
  • Internetplatform voor discussie over actuele ontwikkeling
  • inspiratie

Uiteindelijk dragen alle ervaringen bij aan het vormen van je professionele persoonlijkheid en kennis. Het beïnvloedt de adviezen die je geeft en bepaalt mede je houding ten opzichte van ondernemers, VVV’s en marketingorganisaties.

TRAM of een cursus, Ik kan geen enkele cursus bedenken die mij net zoveel kan brengen als het lidmaatschap van TRAM. Het is bijscholing door vakgenoten, beter is er niet en je kunt zelf ook nog onderwerpen inbrengen. Het lidmaatschap is een stuk goedkoper dan een cursus. Dus de meerwaarde voor mijzelf? Ik word er een beter toerisme professional van. Mijn werkgever profiteert daarvan en is ook nog eens goedkoper uit! Eigenlijk zou elke toerisme professional lid moeten zijn van TRAM of een vergelijkbaar netwerk, maar geldt dat ook niet voor andere disciplines?

meer informatie klik hier voor linkedin of  ga naar de TRAM site

Eiland, Wadden, Waddenzee, Werelderfgoed, Waddengebied? Wat promoot je?

Des te meer ik me bezig houd met het werelderfgoed des te meer komt deze vraag naar boven. Veel partijen willen wat doen met het werelderfgoed, het gebruiken om hun gebied op de kaart te zetten. Maar wat is nou de juiste schaal van promotie? En wat is het juiste gebied. Dit is volgens mij wel een discussie waard.

Image

 

Ameland als uitgangspunt nemend dan is het logisch dat we in het Noorden Ameland promoten, zo ook in een deel van Duitsland waar we al goed bekend zijn. Maar als klein eiland heb je niet de middelen om jezelf niet overal promoten. Dus des te verder weg des te meer moeten we samenwerken. In het zuiden kunnen we de Waddeneilanden promoten, verder weg in Duitsland ook. Binnen de proposite Waddeneilanden moeten we ze dan verleiden om maar ons te komen en als ze éénmaal voor Ameland kiezen dan moet ikze in mijn bedrijf krijgen. Moeten we nog verder weg dan het Waddengebied in de markt zetten? En waar promoot je gebieden als Noord Groningen of het Lauwersmeer gebied? Is het haalbaar om heel Noordoost Friesland te promoten in Nederland? En wat doen we met de kop van Noord Holland?

Wat al deze gebieden met elkaar gemeen hebben is de Waddenkust, het Werelderfgoed Waddenzee. Dus gaan we in Zuid Nederland, België en Duitsland het Werelderfgoed promoten? Objectief gezien moet je zeggen: ja dat doen we? Maar voor een kleine ondernemer in Harlingen is het moeilijk om mee te betalen aan de promotie van zo´n groot gebied.  Maar Wat zegt een gemeente in Noord Friesland als het gevraagd wordt mee te betalen aan de promotie van het Waddengebied? Kunnen zij wel over hun gemeente grenzen stappen?

Kunnen de provincies het dan? In Friesland zijn we nu bezig met het ontwikkelen van een toeristisch programma voor het Waddengebied. De provincie heeft daar vanaf het begin gepleit voor het integreren van de eilanden met het de Waddenkustgemeenten. Hoewel erg verschillend zijn er toch ook duidelijk verbindingen. Als we kijken naar De Duitse waddenkust zien we ook wat kustontwikkeling kan betekenen voor zowel de eilanden als de vaste wal. Dus geen onlogische keuze van de provincie. Het programma zal ook aandacht aan de promotie moeten besteden, maar houdt het straks op bij de provincie grens? Hoe gaan we om met de grensgebieden als het Lauwersmeer?

We hebben Waddenzee Werelderfgoed als koepel, dat is van ons allemaal. Is het een idee om het werelderfgoed Waddenzee straks in de markt te zetten, een sterk merk gepromoot door de marketingorganisaties van de provincies? Gaan we het samen met Duitsland doen? Ik zie het als lonkend perspectief. Het is mij zo langzamerhand wel duidelijk dat we alleen samen het werelderfgoed kunnen benutten. Kleine lokale initiatieven zijn waardevol en te prijzen, maar alleen samen hebben we echt impact en draagt het werelderfgoed bij aan het versterken van het gebied. Ik ben wel benieuwd naar reacties?

 

Wanneer staat die overheidsondernemer op?

Van een goed idee naar een goed project, dat hoorde ik vorige week tijdens de bijeenkomst. Het klinkt zo simpel maar de praktijk…….. Ik loop er steeds vaker tegen aan we willen met z’n allen iets realiseren maar dan komen de regels om de hoek. We hebben de regels zelf gemaakt omdat we misbruik willen voorkomen, iedereen evenveel kans willen geven en omdat we transparant willen zijn. Resultaat, “Ik ben het helemaal met u eens maar het kan niet”. Dit gebeurt vaak, ook bij overheden onderling, en het valt haast niet uit te leggen.

Er zijn ook gevallen genoeg waar men wat vrijer denkt, de regels ten gunste van de aanvrager interpreteert en oplossingen zoekt. Kan dat niet overal? We hebben de regels gemaakt omdat we niet iemand los willen vertrouwen om goede ideeën te steunen. Een ondernemer steekt geld in een goed idee, dat is een idee dat hem op termijn verder helpt, waarmee hij winst kan maken. Eigenlijk zouden we naar een situatie moeten dat we overheidsondernemers worden. We hebben een globaal doel, de overheidsondernemer bekijkt het idee, gaat als investeerder in gesprek en sluit een contract af met de uitvoerders. Moet een project dan geld opleveren? Nee hoor, als het doel natuurherstel is dan wordt de ondernemer afgerekend op de kwaliteit van de natuur op moment X, niet of het geld eerlijk is verdeeld? Bij het afrekenen moeten we wel zorgen dat niet degene wordt beloond die zijn talenten niet heeft ingezet: het fonds is gegroeid maar er is niks gebeurd. Nee bij ondernemen hoort risico nemen, maar wel verantwoord. Ook hier is het woord vertrouwen op z’n plaats, heb nou geloof in die overheidsondernemer. Weg met die beoordelingsspreadsheets, de werkelijkheid is veel complexer, vertrouwen in de partner is belangrijker dan de score onder aan de het formulier.

Tijdens de bijeenkomst vorige week van het Waddenfonds was het buzzword “revolving fund”, ik dacht direct wat een charmant idee. Jaren terug in Tanzania werkte ik met een innovatieve manier van helpen van boeren, ik werkte voor een kleine organisatie Heifer Project international (HPI). We hadden weinig geld dus had men het concept bedacht van we geven iemand een drachtige vaars (een jonge koe), de boerin die de koe krijgt moet ook weer een drachtige vaars teruggeven aan een volgende boer. Een mooi concept, daar waar de condities goed waren groeide de veestapel. Er waren ook dorpen bij waar we begonnen met 15 vaarzen en na 5 jaar nog maar vijf koeien over hadden. Het revolving fund boerde achteruit.

Image (meer…)

Loopt Nederland achter op ontwikkelingslanden?

Na 10 jaar werken in Tanzania ging ik terug naar Nederland, het land waar we het allemaal zo goed voor elkaar hebben. De waarheid ligt toch anders bleek, natuurlijk we hebben het goed en we zijn waar we zijn dankzij de Hollandse benadering. Toch kunnen we veel leren van het ontwikkelingswerk, bijvoorbeeld op het vlak van participatie.

In het ontwikkelingswerk is als snel het besef gekomen dat buitenstaanders garant staan voor projecten die leiden tot niet bestendige resultaten. Als snel werd er gewerkt aan participatie, het betrekken van de gebruikers bij de probleemidentificatie en het vinden van passende oplossingen. Dit maakte een ontwikkeling door van voorlichten tot meebeslissen en zelfbestuur. Er kwam meer aandacht voor lokale kennis. Door de veelvuldige internationale uitwisseling ontstonden er prachtige methodes die steeds weer aangepast werden aan de lokale situatie. In Tanzania werkte ik geregeld met PRA (Participatory Rural Appraisal). De methode destijds was om met een groep externe “experts” naar een dorp te gaan en daar soms wel twee weken te blijven en de lokale kennis en ervaring te mobiliseren. De expert waren deels proces georiënteerd en deels technisch. De laatste hadden een belangrijke rol bij het aanreiken van mogelijke oplossingen en de technische beoordeling van de situatie. Niet zelden kwam het tot politieke spanning zowel lokaal als ook naar de hogere overheden. Participatie is bedreigend maar mede onder druk van buitenlands geld gingen de politici toch er in mee. Empowerment was een belangrijke term. Ik heb mooie resultaten gezien dankzij deze aanpak.

Terug in Nederland zag ik al snel dat het toch wat anders was. In mijn eerste jaren als consultant afvalmanagement zag ik weinig burgers. Wat we wel veel deden was enquêteren, natuurlijk erg laag op de participatie ladder. Noem het maar consultatie. We spraken vooral met de opdrachtgever. Daarna ging ik verder werken bij de lokale overheid. Behoorlijk bestuur is een toverwoord en iedereen moet gelijk behandeld worden, daarom zijn er veel procedures en regels. ”Participatie” is ook gereguleerd met inspraakverordeningen. De naam zegt het al, inspraak, het zit ergens tussen consultatie en verzoenen (placation) in, vrij laag op de ladder.

Image

Een voorbeeld van de participatieladder (Arnstein’s, 1969)

 

Door de jaren heen heb ik verschillende keren geprobeerd om de participatie op een hoger niveau te krijgen. Deelnemers waarderen het, maar zijn terecht sceptisch over het resultaat. Problemen waar je tegen aanloopt zijn:
  • De meningen van de professionals, zij hebben er voor gestudeerd en weten het het beste.
  • (Verborgen) agenda’s van verschillende partijen, men doet mee maar staat niet echt open voor de oplossingen van de andere betrokkenen.
  • Procesgat, degene die op een bepaald moment moeten besluiten waren niet aan boord tijdens het proces, en redeneren nog steeds vanuit hun oude posities.
  • Juridischgat, we hebben een inspraakverordening en een ambtelijke consultatie past hier niet in, hierdoor is er vooraf al angst voor de gevolgen van een consultatie. Wek je verwachtingen door het participatieproces?
  • Kennisgat, niet iedereen heeft de benodigde kennis in huis, soms vragen we veel van mensen zonder dat ze de bredere context kunnen appreciëren.
  • Tijdsgat, waar we Tanzania twee weken in een dorp kunnen verblijven, mag je in Nederland heel blij zijn als je de betrokkenen één dag bij elkaar hebt.
  • vertrouwensgat, je open stellen voor andere ideeën en erop vertrouwen dat de andere constructief en open meedenkt en relevante kennis bezit is nog ver weg.
  • Uitvoeringsgat, er is een groot verschil tussen de ambities en plannen enerzijds en de uitvoeringscapaciteit. In de praktijk blijkt het veel tijd en moeite te kosten om de projecten ook daadwerkelijk uit te voeren, gebrek aan geld, het gebrek aan draagvlak bij de uitvoerders en de politieke  wil om soms vergaande maatregelen daadwerkelijk te nemen zijn hier debet aan. Dit geld overigens voor zowel de gemeente en provincie als voor ondernemers, burgers en belangengroepen.
  • Vertegenwoordigingsgat, veelal werk je met vertegenwoordigers van groeperingen, hun terugkoppeling is niet altijd even goed. Waar de vertegenwoordigers een proces hebben doorgemaakt heeft de achterban dat niet. Men heeft het dus moeilijk om oplossingen te verkopen.

Door de bovenstaande opsomming op papier te zetten wijs ik niet met een vinger naar bepaalde groeperingen of personen. Voor mij is de opsomming een les om in de toekomst de participatie beter vorm te geven, het bespreekbaar maken van de “gaps” is een belangrijke stap voorwaarts. De politieke wil om de belanghebbenden een echte stem te geven is de belangrijkste randvoorwaarde.

Het bovenstaande daargelaten heb ik mooie resultaten gezien en prachtige ervaringen gehad. Te denken valt aan het proces van de toeristische visie en het uitvoeringsplan (daar gaan we naar toe), het bomenbeleid, de openbaar vervoer visie maar ook een project voor evenementenmaterialen. Zoveel mogelijk blijf ik dan ook doorgaan met “open space” en participatieve beleidsontwikkeling, tegelijkertijd zal ik mijn ambities realistisch moeten stellen. Wat zijn jullie ervaringen?

De conclusie dat we nog veel kunnen leren van het ontwikkelingswerk zet je wel met beide benen terug op aarde. Wanneer gaan we de term empowerment hier gebruiken?

Twee managementstijlen combineren?

Dat doe ik momenteel, niet als manager maar als medewerker. Voor 50% van de tijd ben ik resultaatverantwoordelijk. We hebben een werkplan afgesproken en overleggen wanneer het nodig is, kansen zien en benutten. Maar de andere 50% van de tijd  is er nog steeds sturing  op aanwezigheid en zelfs activiteiten.   De gemeente Ameland zit midden in een reorganisatie en wil van een activiteiten georiënteerde cultuur naar een resultaat gerichte cultuur. Dat gaat niet makkelijk. Managers moeten eigenlijk overgaan van uniforme regels naar maatwerk, Wat heb jij nodig om de resultaten te boeken? Erg moeilijk als de resultaten niet duidelijk zijn. Ik ben deze week daarom een paar uur aan het schrijven geweest over de door mij gewenste manier van werken, maatwerk voor mijzelf. Ik ga er vanuit dat het goed komt maar dan heb ik het voor mezelf geregeld als uitzondering, eigenlijk moet iedereen die gelegenheid krijgen. Zou het echt waar zijn dat niet iedereen de vrijheid aan kan? Enfin dat was vooral negatieve energie, positieve energie kreeg ik deze week van de Waddenzee Werelderfgoed en van het Friese toerisme congres.

Deze week lag de focus op Groningen, ik ben blij om te constateren dat ook daar de nadruk ligt op samenwerken en uniformiteit. Meest positieve was wel om te ontdekken dat er door verschillende partners veel geld gereserveerd is voor een Werelderfgoedcampagne maar dat deze door omstandigheden niet van de grond is gekomen. Een uitdaging erbij om dit op korte termijn toch te realiseren.

Verder ook druk geweest met de logoperikelen, er is breed draagvlak om de logo’s van UNESCO toe te voegen aan de borden,  de toestemming hebben we bijna binnen.

Donderdag was er het Friese toerisme congres, een inspirerende bijeenkomst met een leuke bijeenkomst over het project van de kamer van koophandel om arrangementen te ontwikkelen voor het inkomend toerisme met als trigger de baanverlenging van Eelde. Al 20% van de passagiers op Eelde is inkomend, dus dat biedt kansen. Ondernemers willen gewoon aan de slag, niet te veel onderzoeken maar samen het aanbod combineren en dan verkopen. Zal toch een uitdaging voor de Waddenondernemers moeten zijn om de gasten naar het werelderfgoed te lokken, wie pakt de handschoen op? Ook en interactieve workshop met gedeputeerde Janne Wietske de Vries van Fryslân, vanaf 2014 komt er nieuw toeristisch beleid. Wat voor rol moet de provincie spelen? Vanuit mijn positie zeg ik veel meer aandacht voor de Waddeneilanden en het Waddengebied. Faciliteren van gemeenten, destinatie managementorganisaties en ondernemers, met middelen maar ook met een constructieve opstelling wat betreft knellende regelgeving. De middag werd passend afgesloten door Conrad Van Tiggelen met ene scherpe analyse van de positie van de Friese toeristische sector, kansen genoeg maar focus je op de nabij markten (Duitsland en België). De filmpjes over naamsbekendheid van Friesland waren hilarisch maar ook duidelijk. Buiten Nederland is Friesland geen merk, behalve de koeien dan! De constatering dat er twee merken zijn, Friesland en de Wadden, was mooi en past bij onze visie.

Hij sloot mooi af met de enige vooraf ingekomen vraag. Toevalligerwijs over de kansen voor Waddenzee werelderfgoed bij het inkomend toerisme. Erg nuttige informatie, werelderfgoed bezoekers zijn vooral, senioren, Amerikanen en Chinezen. Ook hier geldt: richt je eerst op de nabije markten. Ook opvallend was zijn pleidooi benut de eilanden je hebt de WADDEN en de ZEE, samen de WADDENZEE!

De week werd perfect afgesloten met de kick of van de Werelderfgoedestafette in Ferwerd. De rondreizende tentoonstelling en de Werelderfgoedplaquette werden overhandigd door de ambassadeur van het Ministerie van EZ in Noord Nederland, de heer Verhulst, aan Commissaris Jorritsma  van Fryslân en Burgemeester Van den Berg van Ferwerderadiel. De opkomst was goed en het enthousiasme om echt iets met het Werelderfgoed te gaan doen was aanstekelijk. Een paar mooie ideeën werden ter plaatse geboren.

                              

 

Na afloop van zo’n week een dubbel gevoel, zoveel kansen en zo weinig tijd!