Home » 2012 » november

Maandelijks archief: november 2012

Advertenties

Loopt Nederland achter op ontwikkelingslanden?

Na 10 jaar werken in Tanzania ging ik terug naar Nederland, het land waar we het allemaal zo goed voor elkaar hebben. De waarheid ligt toch anders bleek, natuurlijk we hebben het goed en we zijn waar we zijn dankzij de Hollandse benadering. Toch kunnen we veel leren van het ontwikkelingswerk, bijvoorbeeld op het vlak van participatie.

In het ontwikkelingswerk is als snel het besef gekomen dat buitenstaanders garant staan voor projecten die leiden tot niet bestendige resultaten. Als snel werd er gewerkt aan participatie, het betrekken van de gebruikers bij de probleemidentificatie en het vinden van passende oplossingen. Dit maakte een ontwikkeling door van voorlichten tot meebeslissen en zelfbestuur. Er kwam meer aandacht voor lokale kennis. Door de veelvuldige internationale uitwisseling ontstonden er prachtige methodes die steeds weer aangepast werden aan de lokale situatie. In Tanzania werkte ik geregeld met PRA (Participatory Rural Appraisal). De methode destijds was om met een groep externe “experts” naar een dorp te gaan en daar soms wel twee weken te blijven en de lokale kennis en ervaring te mobiliseren. De expert waren deels proces georiënteerd en deels technisch. De laatste hadden een belangrijke rol bij het aanreiken van mogelijke oplossingen en de technische beoordeling van de situatie. Niet zelden kwam het tot politieke spanning zowel lokaal als ook naar de hogere overheden. Participatie is bedreigend maar mede onder druk van buitenlands geld gingen de politici toch er in mee. Empowerment was een belangrijke term. Ik heb mooie resultaten gezien dankzij deze aanpak.

Terug in Nederland zag ik al snel dat het toch wat anders was. In mijn eerste jaren als consultant afvalmanagement zag ik weinig burgers. Wat we wel veel deden was enquêteren, natuurlijk erg laag op de participatie ladder. Noem het maar consultatie. We spraken vooral met de opdrachtgever. Daarna ging ik verder werken bij de lokale overheid. Behoorlijk bestuur is een toverwoord en iedereen moet gelijk behandeld worden, daarom zijn er veel procedures en regels. ”Participatie” is ook gereguleerd met inspraakverordeningen. De naam zegt het al, inspraak, het zit ergens tussen consultatie en verzoenen (placation) in, vrij laag op de ladder.

Image

Een voorbeeld van de participatieladder (Arnstein’s, 1969)

 

Door de jaren heen heb ik verschillende keren geprobeerd om de participatie op een hoger niveau te krijgen. Deelnemers waarderen het, maar zijn terecht sceptisch over het resultaat. Problemen waar je tegen aanloopt zijn:
  • De meningen van de professionals, zij hebben er voor gestudeerd en weten het het beste.
  • (Verborgen) agenda’s van verschillende partijen, men doet mee maar staat niet echt open voor de oplossingen van de andere betrokkenen.
  • Procesgat, degene die op een bepaald moment moeten besluiten waren niet aan boord tijdens het proces, en redeneren nog steeds vanuit hun oude posities.
  • Juridischgat, we hebben een inspraakverordening en een ambtelijke consultatie past hier niet in, hierdoor is er vooraf al angst voor de gevolgen van een consultatie. Wek je verwachtingen door het participatieproces?
  • Kennisgat, niet iedereen heeft de benodigde kennis in huis, soms vragen we veel van mensen zonder dat ze de bredere context kunnen appreciëren.
  • Tijdsgat, waar we Tanzania twee weken in een dorp kunnen verblijven, mag je in Nederland heel blij zijn als je de betrokkenen één dag bij elkaar hebt.
  • vertrouwensgat, je open stellen voor andere ideeën en erop vertrouwen dat de andere constructief en open meedenkt en relevante kennis bezit is nog ver weg.
  • Uitvoeringsgat, er is een groot verschil tussen de ambities en plannen enerzijds en de uitvoeringscapaciteit. In de praktijk blijkt het veel tijd en moeite te kosten om de projecten ook daadwerkelijk uit te voeren, gebrek aan geld, het gebrek aan draagvlak bij de uitvoerders en de politieke  wil om soms vergaande maatregelen daadwerkelijk te nemen zijn hier debet aan. Dit geld overigens voor zowel de gemeente en provincie als voor ondernemers, burgers en belangengroepen.
  • Vertegenwoordigingsgat, veelal werk je met vertegenwoordigers van groeperingen, hun terugkoppeling is niet altijd even goed. Waar de vertegenwoordigers een proces hebben doorgemaakt heeft de achterban dat niet. Men heeft het dus moeilijk om oplossingen te verkopen.

Door de bovenstaande opsomming op papier te zetten wijs ik niet met een vinger naar bepaalde groeperingen of personen. Voor mij is de opsomming een les om in de toekomst de participatie beter vorm te geven, het bespreekbaar maken van de “gaps” is een belangrijke stap voorwaarts. De politieke wil om de belanghebbenden een echte stem te geven is de belangrijkste randvoorwaarde.

Het bovenstaande daargelaten heb ik mooie resultaten gezien en prachtige ervaringen gehad. Te denken valt aan het proces van de toeristische visie en het uitvoeringsplan (daar gaan we naar toe), het bomenbeleid, de openbaar vervoer visie maar ook een project voor evenementenmaterialen. Zoveel mogelijk blijf ik dan ook doorgaan met “open space” en participatieve beleidsontwikkeling, tegelijkertijd zal ik mijn ambities realistisch moeten stellen. Wat zijn jullie ervaringen?

De conclusie dat we nog veel kunnen leren van het ontwikkelingswerk zet je wel met beide benen terug op aarde. Wanneer gaan we de term empowerment hier gebruiken?

Advertenties

Twee managementstijlen combineren?

Dat doe ik momenteel, niet als manager maar als medewerker. Voor 50% van de tijd ben ik resultaatverantwoordelijk. We hebben een werkplan afgesproken en overleggen wanneer het nodig is, kansen zien en benutten. Maar de andere 50% van de tijd  is er nog steeds sturing  op aanwezigheid en zelfs activiteiten.   De gemeente Ameland zit midden in een reorganisatie en wil van een activiteiten georiënteerde cultuur naar een resultaat gerichte cultuur. Dat gaat niet makkelijk. Managers moeten eigenlijk overgaan van uniforme regels naar maatwerk, Wat heb jij nodig om de resultaten te boeken? Erg moeilijk als de resultaten niet duidelijk zijn. Ik ben deze week daarom een paar uur aan het schrijven geweest over de door mij gewenste manier van werken, maatwerk voor mijzelf. Ik ga er vanuit dat het goed komt maar dan heb ik het voor mezelf geregeld als uitzondering, eigenlijk moet iedereen die gelegenheid krijgen. Zou het echt waar zijn dat niet iedereen de vrijheid aan kan? Enfin dat was vooral negatieve energie, positieve energie kreeg ik deze week van de Waddenzee Werelderfgoed en van het Friese toerisme congres.

Deze week lag de focus op Groningen, ik ben blij om te constateren dat ook daar de nadruk ligt op samenwerken en uniformiteit. Meest positieve was wel om te ontdekken dat er door verschillende partners veel geld gereserveerd is voor een Werelderfgoedcampagne maar dat deze door omstandigheden niet van de grond is gekomen. Een uitdaging erbij om dit op korte termijn toch te realiseren.

Verder ook druk geweest met de logoperikelen, er is breed draagvlak om de logo’s van UNESCO toe te voegen aan de borden,  de toestemming hebben we bijna binnen.

Donderdag was er het Friese toerisme congres, een inspirerende bijeenkomst met een leuke bijeenkomst over het project van de kamer van koophandel om arrangementen te ontwikkelen voor het inkomend toerisme met als trigger de baanverlenging van Eelde. Al 20% van de passagiers op Eelde is inkomend, dus dat biedt kansen. Ondernemers willen gewoon aan de slag, niet te veel onderzoeken maar samen het aanbod combineren en dan verkopen. Zal toch een uitdaging voor de Waddenondernemers moeten zijn om de gasten naar het werelderfgoed te lokken, wie pakt de handschoen op? Ook en interactieve workshop met gedeputeerde Janne Wietske de Vries van Fryslân, vanaf 2014 komt er nieuw toeristisch beleid. Wat voor rol moet de provincie spelen? Vanuit mijn positie zeg ik veel meer aandacht voor de Waddeneilanden en het Waddengebied. Faciliteren van gemeenten, destinatie managementorganisaties en ondernemers, met middelen maar ook met een constructieve opstelling wat betreft knellende regelgeving. De middag werd passend afgesloten door Conrad Van Tiggelen met ene scherpe analyse van de positie van de Friese toeristische sector, kansen genoeg maar focus je op de nabij markten (Duitsland en België). De filmpjes over naamsbekendheid van Friesland waren hilarisch maar ook duidelijk. Buiten Nederland is Friesland geen merk, behalve de koeien dan! De constatering dat er twee merken zijn, Friesland en de Wadden, was mooi en past bij onze visie.

Hij sloot mooi af met de enige vooraf ingekomen vraag. Toevalligerwijs over de kansen voor Waddenzee werelderfgoed bij het inkomend toerisme. Erg nuttige informatie, werelderfgoed bezoekers zijn vooral, senioren, Amerikanen en Chinezen. Ook hier geldt: richt je eerst op de nabije markten. Ook opvallend was zijn pleidooi benut de eilanden je hebt de WADDEN en de ZEE, samen de WADDENZEE!

De week werd perfect afgesloten met de kick of van de Werelderfgoedestafette in Ferwerd. De rondreizende tentoonstelling en de Werelderfgoedplaquette werden overhandigd door de ambassadeur van het Ministerie van EZ in Noord Nederland, de heer Verhulst, aan Commissaris Jorritsma  van Fryslân en Burgemeester Van den Berg van Ferwerderadiel. De opkomst was goed en het enthousiasme om echt iets met het Werelderfgoed te gaan doen was aanstekelijk. Een paar mooie ideeën werden ter plaatse geboren.

                              

 

Na afloop van zo’n week een dubbel gevoel, zoveel kansen en zo weinig tijd!