Home » Posts tagged 'Ameland'

Tagarchief: Ameland

Advertenties

Is Ameland in slaap gesukkeld?

Vol verwachting las ik vorige week het persbericht van het Waddenfonds, zouden er weer projecten van Ameland bij zitten. Nee dus, weer geen Amelander projecten. Deze keer zijn tien projecten goedgekeurd. Een klein lichtpuntje, het eendenkooienproject is waddenbreed en daar zullen de Amelander eendenkooien wel aan mee doen, hoop ik.

Vijf van de tien projecten komen van Texel, de andere eilanden zijn niet in beeld. Bevoordeelt het Waddenfonds dan Texel of is er iets anders aan de hand? Het antwoord is simpel: als je geen projecten indient dan krijg je ook financiering. Hebben we op Ameland geen ambitie, is het enige wat we nodig hebben een zonnepark? Ik dacht het niet, kijk alleen maar eens naar alle projecten in het toeristisch programma Friese Wadden of naar de Nuon projecten.

Kijkend naar de projecten van Texel kan ik de gedachte niet ontlopen, dat hadden ook Amelandse projecten kunnen zijn, wat te denken van een:

  • Een project om het gebruik van eilander kraanwater in de horeca te stimuleren in plaats van gebotteld bronwater
  • Een MTB route van 100 km op Texel, Amelander MTB-ers weten dat het bij ons veel mooier MTB-en is. Maar wij praten nog steeds over een route.
  • Een proeftuin voor een lokaal economisch model, het gaat hier om de teelt van cranberries op grond van Staatsbosbeheer.
  • Een wandelroute met als thema visserij, met informatiepanelen en folders.
  • Zilte teelt, het verbouwen van zouttolerante aardappels, eerlijk is eerlijk dit project had bij ons niet gekund.

Conclusie: Texel krijgt vier projecten gefinancierd die ook zo op Ameland, misschien zelfs wel beter, hadden gekund.  Waarom geen projecten van Ameland? Een paar mogelijke verklaringen:

  1. Het gaat goed genoeg, we hebben geen behoefte aan versterking van economie en natuur?
  2. Amelanders weten niet hoe ze projecten bij het waddenfonds kunnen indienen?
  3. We missen de capaciteit (kwaliteit en of kwantiteit) op het eiland om goede projecten te formuleren?
  4. Er is een gebrek aan ideeën voor nieuwe projecten op het eiland?
  5. We zijn te druk met het naar elkaar kijken in plaats van met elkaar samen te werken?
  6. We kijken te veel naar externe partijen en de gemeente om met projecten te komen in plaats van zelf als eilanders projecten te bedenken?

Wie het weet mag het zeggen, maar ik ben onaangenaam verrast. Alle respect voor Texel, die hebben het goed voor elkaar. Willen wij als Ameland bij de volgende ronde de schade inhalen?

Voor wie meer wil weten, de lijst met goedgekeurde projecten van deze periode is te vinden op http://goo.gl/Ju0zAR  en op http://goo.gl/YmkQ4F staat het jaarverslag van het waddenfonds, ook erg verhelderend. Alleen de stichting Amelander musea en de gemeente hebben tot nu toe succesvol projecten ingediend bij het waddenfonds.

Advertenties

De meerwaarde van een toeristisch netwerk

Ik kreeg de vraag om eens aan te geven wat de meerwaarde, voor mij en voor mijn werkgever, is dat ik (actief) lid ben van TRAM (Toeristische en Recreatieve Aanjagers en Managers). Die uitdaging ga ik graag aan. Al schrijvend dacht ik, dit kan mooi op mijn blog, de boodschap staat in de laatste alinea.

TRAM is een netwerk van mensen actief in de recreatie en toerisme sector in Vlaanderen en Nederland. Vier keer per jaar organiseert één van de leden een bijeenkomst over een actueel thema. Deze bijeenkomsten beginnen meestal met een voorstel rondje langs de aanwezigen waarbij een ieder zijn belangrijkste project van dit moment kort toelicht. Dit voorstel rondje loopt wel eens uit de hand doordat sommige projecten zó interessant zijn dat er hele discussies over ontstaan. Na deze ronde gaan we aan de slag met een thema, vaak zijn er gastsprekers. Ook bezoeken we vaak een recreatiebedrijf. Discussies met de ondernemers zijn vaak erg leuk, diepgaand en scherp. Je ontvangt TRAM niet om alleen maar positieve feedback te krijgen. Ondernemers ervaren het bezoek van TRAM geregeld als leerzaam.

Jaarlijks hebben we twee reguliere bijeenkomsten, één tweedaagse en één namiddag bijeenkomst.  Bij de laatste nodigen we een prominente spreker uit, het is een laagdrempelige bijeenkomst. In 2011 werd het Europees Toerisme beleid toegelicht met nadruk op de komende subsidieprogramma´s. In 2012 waren we te gast op het mediapark in Hilversum waar we ingewijd werden in de wereld van serious games. Tijdens de andere bijeenkomsten de afgelopen tijd hebben we onder andere de volgende thema´s behandeld:

  • De toekomst van Destination managment, de VVV van de toekomst?
  • Ervaringen en kansen voor een Werelderfgoed
  • Stimuleren van startende bedrijven
  • Keurmerken voor duurzaamheid in toerisme
  • Quickscan Opleidingsprofiel voor sport, leisure and management (HBO)
  • Quickscan kansen Floriade in de regio eindhoven
  • Streekproducten
  • Mobiele media (layer)

Een keer in de drie jaar gaan de leden van TRAM op studiereis naar het buitenland, de andere jaren sparen we daarvoor. In 2011 zijn we naar Zurich geweest. Ondanks de crisis booming. We hebben daar onder andere het Kuoni Future lab mogen bezoeken waar Remo Masala ons liet zien waar hij allemaal mee bezig is, het reisbureau van de toekomst. Maar ook Zurich toerisme waar ondernemers zelf de verantwoordelijkheid nemen voor de promotie van de stad door een vrijwillige (en aanzienlijke) toeristenbelasting. Dat was een bezoek dat je perspectief weer eens helemaal op de kop zette.

TRAM heeft ongeveer 50 leden bestaande waaronder: onderzoekers, opleiders, beleidsmedewerkers, ondernemers, destinatie marketeers, VVV directeuren en productontwikkelaars.

Waar zit de meerwaarde in? De meerwaarde is groot:

  • Een uitgebreid en divers netwerk in Nederland en Vlaanderen;
  • Op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen
  • Bezoeken aan bedrijven die voorop lopen in ontwikkeling
  • Diepgaande kennis van de gekozen onderwerpen
  • Internetplatform voor discussie over actuele ontwikkeling
  • inspiratie

Uiteindelijk dragen alle ervaringen bij aan het vormen van je professionele persoonlijkheid en kennis. Het beïnvloedt de adviezen die je geeft en bepaalt mede je houding ten opzichte van ondernemers, VVV’s en marketingorganisaties.

TRAM of een cursus, Ik kan geen enkele cursus bedenken die mij net zoveel kan brengen als het lidmaatschap van TRAM. Het is bijscholing door vakgenoten, beter is er niet en je kunt zelf ook nog onderwerpen inbrengen. Het lidmaatschap is een stuk goedkoper dan een cursus. Dus de meerwaarde voor mijzelf? Ik word er een beter toerisme professional van. Mijn werkgever profiteert daarvan en is ook nog eens goedkoper uit! Eigenlijk zou elke toerisme professional lid moeten zijn van TRAM of een vergelijkbaar netwerk, maar geldt dat ook niet voor andere disciplines?

meer informatie klik hier voor linkedin of  ga naar de TRAM site

Eiland, Wadden, Waddenzee, Werelderfgoed, Waddengebied? Wat promoot je?

Des te meer ik me bezig houd met het werelderfgoed des te meer komt deze vraag naar boven. Veel partijen willen wat doen met het werelderfgoed, het gebruiken om hun gebied op de kaart te zetten. Maar wat is nou de juiste schaal van promotie? En wat is het juiste gebied. Dit is volgens mij wel een discussie waard.

Image

 

Ameland als uitgangspunt nemend dan is het logisch dat we in het Noorden Ameland promoten, zo ook in een deel van Duitsland waar we al goed bekend zijn. Maar als klein eiland heb je niet de middelen om jezelf niet overal promoten. Dus des te verder weg des te meer moeten we samenwerken. In het zuiden kunnen we de Waddeneilanden promoten, verder weg in Duitsland ook. Binnen de proposite Waddeneilanden moeten we ze dan verleiden om maar ons te komen en als ze éénmaal voor Ameland kiezen dan moet ikze in mijn bedrijf krijgen. Moeten we nog verder weg dan het Waddengebied in de markt zetten? En waar promoot je gebieden als Noord Groningen of het Lauwersmeer gebied? Is het haalbaar om heel Noordoost Friesland te promoten in Nederland? En wat doen we met de kop van Noord Holland?

Wat al deze gebieden met elkaar gemeen hebben is de Waddenkust, het Werelderfgoed Waddenzee. Dus gaan we in Zuid Nederland, België en Duitsland het Werelderfgoed promoten? Objectief gezien moet je zeggen: ja dat doen we? Maar voor een kleine ondernemer in Harlingen is het moeilijk om mee te betalen aan de promotie van zo´n groot gebied.  Maar Wat zegt een gemeente in Noord Friesland als het gevraagd wordt mee te betalen aan de promotie van het Waddengebied? Kunnen zij wel over hun gemeente grenzen stappen?

Kunnen de provincies het dan? In Friesland zijn we nu bezig met het ontwikkelen van een toeristisch programma voor het Waddengebied. De provincie heeft daar vanaf het begin gepleit voor het integreren van de eilanden met het de Waddenkustgemeenten. Hoewel erg verschillend zijn er toch ook duidelijk verbindingen. Als we kijken naar De Duitse waddenkust zien we ook wat kustontwikkeling kan betekenen voor zowel de eilanden als de vaste wal. Dus geen onlogische keuze van de provincie. Het programma zal ook aandacht aan de promotie moeten besteden, maar houdt het straks op bij de provincie grens? Hoe gaan we om met de grensgebieden als het Lauwersmeer?

We hebben Waddenzee Werelderfgoed als koepel, dat is van ons allemaal. Is het een idee om het werelderfgoed Waddenzee straks in de markt te zetten, een sterk merk gepromoot door de marketingorganisaties van de provincies? Gaan we het samen met Duitsland doen? Ik zie het als lonkend perspectief. Het is mij zo langzamerhand wel duidelijk dat we alleen samen het werelderfgoed kunnen benutten. Kleine lokale initiatieven zijn waardevol en te prijzen, maar alleen samen hebben we echt impact en draagt het werelderfgoed bij aan het versterken van het gebied. Ik ben wel benieuwd naar reacties?

 

Loopt Nederland achter op ontwikkelingslanden?

Na 10 jaar werken in Tanzania ging ik terug naar Nederland, het land waar we het allemaal zo goed voor elkaar hebben. De waarheid ligt toch anders bleek, natuurlijk we hebben het goed en we zijn waar we zijn dankzij de Hollandse benadering. Toch kunnen we veel leren van het ontwikkelingswerk, bijvoorbeeld op het vlak van participatie.

In het ontwikkelingswerk is als snel het besef gekomen dat buitenstaanders garant staan voor projecten die leiden tot niet bestendige resultaten. Als snel werd er gewerkt aan participatie, het betrekken van de gebruikers bij de probleemidentificatie en het vinden van passende oplossingen. Dit maakte een ontwikkeling door van voorlichten tot meebeslissen en zelfbestuur. Er kwam meer aandacht voor lokale kennis. Door de veelvuldige internationale uitwisseling ontstonden er prachtige methodes die steeds weer aangepast werden aan de lokale situatie. In Tanzania werkte ik geregeld met PRA (Participatory Rural Appraisal). De methode destijds was om met een groep externe “experts” naar een dorp te gaan en daar soms wel twee weken te blijven en de lokale kennis en ervaring te mobiliseren. De expert waren deels proces georiënteerd en deels technisch. De laatste hadden een belangrijke rol bij het aanreiken van mogelijke oplossingen en de technische beoordeling van de situatie. Niet zelden kwam het tot politieke spanning zowel lokaal als ook naar de hogere overheden. Participatie is bedreigend maar mede onder druk van buitenlands geld gingen de politici toch er in mee. Empowerment was een belangrijke term. Ik heb mooie resultaten gezien dankzij deze aanpak.

Terug in Nederland zag ik al snel dat het toch wat anders was. In mijn eerste jaren als consultant afvalmanagement zag ik weinig burgers. Wat we wel veel deden was enquêteren, natuurlijk erg laag op de participatie ladder. Noem het maar consultatie. We spraken vooral met de opdrachtgever. Daarna ging ik verder werken bij de lokale overheid. Behoorlijk bestuur is een toverwoord en iedereen moet gelijk behandeld worden, daarom zijn er veel procedures en regels. ”Participatie” is ook gereguleerd met inspraakverordeningen. De naam zegt het al, inspraak, het zit ergens tussen consultatie en verzoenen (placation) in, vrij laag op de ladder.

Image

Een voorbeeld van de participatieladder (Arnstein’s, 1969)

 

Door de jaren heen heb ik verschillende keren geprobeerd om de participatie op een hoger niveau te krijgen. Deelnemers waarderen het, maar zijn terecht sceptisch over het resultaat. Problemen waar je tegen aanloopt zijn:
  • De meningen van de professionals, zij hebben er voor gestudeerd en weten het het beste.
  • (Verborgen) agenda’s van verschillende partijen, men doet mee maar staat niet echt open voor de oplossingen van de andere betrokkenen.
  • Procesgat, degene die op een bepaald moment moeten besluiten waren niet aan boord tijdens het proces, en redeneren nog steeds vanuit hun oude posities.
  • Juridischgat, we hebben een inspraakverordening en een ambtelijke consultatie past hier niet in, hierdoor is er vooraf al angst voor de gevolgen van een consultatie. Wek je verwachtingen door het participatieproces?
  • Kennisgat, niet iedereen heeft de benodigde kennis in huis, soms vragen we veel van mensen zonder dat ze de bredere context kunnen appreciëren.
  • Tijdsgat, waar we Tanzania twee weken in een dorp kunnen verblijven, mag je in Nederland heel blij zijn als je de betrokkenen één dag bij elkaar hebt.
  • vertrouwensgat, je open stellen voor andere ideeën en erop vertrouwen dat de andere constructief en open meedenkt en relevante kennis bezit is nog ver weg.
  • Uitvoeringsgat, er is een groot verschil tussen de ambities en plannen enerzijds en de uitvoeringscapaciteit. In de praktijk blijkt het veel tijd en moeite te kosten om de projecten ook daadwerkelijk uit te voeren, gebrek aan geld, het gebrek aan draagvlak bij de uitvoerders en de politieke  wil om soms vergaande maatregelen daadwerkelijk te nemen zijn hier debet aan. Dit geld overigens voor zowel de gemeente en provincie als voor ondernemers, burgers en belangengroepen.
  • Vertegenwoordigingsgat, veelal werk je met vertegenwoordigers van groeperingen, hun terugkoppeling is niet altijd even goed. Waar de vertegenwoordigers een proces hebben doorgemaakt heeft de achterban dat niet. Men heeft het dus moeilijk om oplossingen te verkopen.

Door de bovenstaande opsomming op papier te zetten wijs ik niet met een vinger naar bepaalde groeperingen of personen. Voor mij is de opsomming een les om in de toekomst de participatie beter vorm te geven, het bespreekbaar maken van de “gaps” is een belangrijke stap voorwaarts. De politieke wil om de belanghebbenden een echte stem te geven is de belangrijkste randvoorwaarde.

Het bovenstaande daargelaten heb ik mooie resultaten gezien en prachtige ervaringen gehad. Te denken valt aan het proces van de toeristische visie en het uitvoeringsplan (daar gaan we naar toe), het bomenbeleid, de openbaar vervoer visie maar ook een project voor evenementenmaterialen. Zoveel mogelijk blijf ik dan ook doorgaan met “open space” en participatieve beleidsontwikkeling, tegelijkertijd zal ik mijn ambities realistisch moeten stellen. Wat zijn jullie ervaringen?

De conclusie dat we nog veel kunnen leren van het ontwikkelingswerk zet je wel met beide benen terug op aarde. Wanneer gaan we de term empowerment hier gebruiken?